Ferry (41) werd vijf jaar geleden compleet overrompeld toen zijn vrouw borstkanker bleek te hebben.
‘De arts zei: het is niet goed, maar wel goed behandelbaar. En daar heb ik me aan vastgeklampt.’

Zijn vrouw Annet vertrekt die ochtend naar het ziekenhuis voor een onderzoek. Ze heeft een bult in haar linkerborst. De huisarts denkt dat het een cyste is, maar Annet vertrouwt het niet helemaal. Een paar uur later komt ze huilend thuis. Ze heeft een mammografie en een biopt moeten laten maken. Niet van haar linker-, maar van haar rechterborst. En ze voelt: dit is niet goed. Ferry voorziet geen enkel probleem en troost haar met de woorden: ‘Het is gewoon routine, lieverd. Dat komt wel goed.’ Die middag melden ze zich samen voor de uitslag. Helaas blijkt het toch slecht nieuws.
Kun je je dat moment nog herinneren?
Nou, eigenlijk niet meer precies. Ik ging vol vertrouwen naar die afspraak toe. Maar toen het woord ‘kanker’ viel, was ik in shock. Het zweet brak me uit, ik had het bloedheet en wist gewoon niet wat ik meemaakte. Het enige waar ik me de rest van dat gesprek en de tijd erna aan vasthield, zijn de woorden van de arts: ‘Het is niet goed, maar goed behandelbaar.’ Daar focuste ik me op en dat maakte alles overzichtelijk. Er waren gewoon stappen die we moesten nemen, maar er was altijd de verwachting en hoop dat het goed zou komen.
Ben je dan nooit bang of ongerust geweest?
Nee, eigenlijk niet. Wat best gek is, want in andere gevallen lukt het me minder goed om altijd het positieve in te zien. Maar hier niet. Tuurlijk wist ik wel dat het alle kanten op kon gaan, maar ik richtte me gewoon op een goede afloop. Dat gaf me rust. Gelukkig hebben we tijdens de behandeling ook nooit momenten gehad om aan de woorden van de arts te twijfelen. De onderzoeken lieten geen uitzaaiingen zien, de tumor reageerde goed op de chemotherapie en na de operatie waren de snijranden en de lymfeklieren schoon. Bovendien heeft ze weinig complicaties gehad en de afgelopen jaren waren alle controles ook altijd goed. Dat geeft natuurlijk heel veel moed.
Hoe is het om van partner ineens mantelzorger te worden?
Dat ging vrij natuurlijk. Ik heb me nooit echt mantelzorger gevoeld. Ik heb gewoon gezorgd voor mijn partner die ziek werd. Dat was voor mij geen vraag of opoffering. Dat was voor mij echt een vanzelfsprekendheid. Dat neemt niet weg dat het wel heel pijnlijk is om toe te kijken hoe iemand door behandeling helemaal gesloopt wordt. Dat gun je niemand. En al helemaal niet de vrouw van wie je houdt.
Bij veel koppels komt een relatie flink onder druk te staan. Hoe was dat bij jullie?
Annet en ik zijn al heel lang samen. We kennen elkaar dus ook door en door: ook in moeilijke en lelijke situaties. Daarnaast hebben we de mazzel dat we ook in shitty times heel veel kunnen lachen samen. Juist dan kunnen we de boel goed relativeren met wat zwarte humor. Het feit dat je in slechte situaties samen het hardste kunt lachen, is een heel groot pluspunt voor ons en dat zorgde ervoor dat het niet alleen maar ellende was. Bovendien heeft de confrontatie met een dodelijke ziekte ook een mooie kant. Het doet je beseffen hoe fijn het leven samen is.
Hoe komt dat?
Kanker leert je relativeren. Ik ben iemand die houdt van zekerheid: een vaste baan, een koophuis, gewoon weten waar je aan toe bent. Je kent het wel. Mijn vrouw is daarin het tegenovergestelde: hopte van de ene naar de andere baan, dol op lange en verre reizen en nooit bang om wat zekerheid overboord te gooien.

‘Door de diagnose kanker weet ik dat je helemaal geen zekerheid hebt in je leven.
Die baan, dat huis, die structuur: niets beschermt je tegen het leven zelf. Dat besef heeft me heel veel vrijheid gegeven.’
Bovendien besef ik heel goed: het leven is nu en je moet nu leven. Dingen niet uitstellen en niet bang zijn om in het diepe te springen. Na Annet haar laatste operatie zegde ik mijn baan op, verhuurden we ons huis, kochten een camper en vertrokken voor een half jaar naar het buitenland. Dat had ik daarvoor echt nooit gedurfd.
Klinkt haast als een fantastische ervaring, zo’n kankerdiagnose…
Nou, begrijp me niet verkeerd. Het is natuurlijk heel erg klote. De behandelingen vielen mijn vrouw heel erg zwaar. Dat was voor mij ook meteen lastig om te zien. En na een aantal jaren anti-hormoontherapie kreeg ze daar vreselijke bijwerkingen van: ze had paniekaanvallen, huilbuien en kwam amper haar bed meer uit. Die momenten waarop ze mentaal zo diep zat, waren voor mij het zwaarst. Ik had geen idee wat ik met haar aan moest en voelde me extreem machteloos.
In gesprekken met een psycholoog heb ik geleerd dat ik niet alles op hoef te lossen, maar hoe ik er voor haar kan zijn. Dat ik simpelweg kan luisteren naar haar angst of verdriet, haar vast kan houden en kan zeggen hoe naar en vervelend ik het voor haar vind dat ze met al die gevoelens en emoties moet dealen. Die handvatten zijn heel helpend voor mij geweest.
Had je die hulp graag eerder in het traject gekregen?
Tijdens de behandelingen werden we eigenlijk geleefd. Onze agenda bestond uit ziekenhuisafspraken en behandelingen. Dat maakte het heel overzichtelijk. We wisten precies waar we aan toe waren en dat zorgde voor rust en overzicht.
De fase na de behandeling was heel anders. Dan hoop je weer meer te gaan leven, leuke dingen te gaan doen en op pad te gaan. Maar dat ging gewoon niet. Door het energiegebrek van mijn vrouw was dat heel erg zoeken hoe we daarmee om konden gaan. Je wilt allebei vooruit, maar dat gaat gewoon niet. Dat was voor ons beiden moeilijk om mee om te gaan en daar hadden we wel wat meer hulp bij kunnen krijgen.
Inmiddels zijn jullie vijf jaar verder, hoe gaat het nu met jullie?
Gelukkig hebben we die weg naar ons nieuwe leven gevonden. Dat was voor ons beiden een individuele zoektocht, maar we hebben een nieuw leven waar we blij mee zijn. Met meer rust, meer thuis en minder hectiek dan vroeger. Maar dat uit zich in andere avonturen. Bovendien volgen we allebei steeds makkelijker en sneller ons hart en dat is een heel groot cadeau.