Marleen (33) heeft botkanker in haar schedel
‘Na de operatie sprak ik met mezelf af: Ik kies altijd voor het leven.’

Botkanker in je schedel. Dat klinkt verwarrend, maar in haar geval gaat het om een zeldzame bottumor in de schedelbasis. Na jaren van vage klachten wordt ze in 2021 geopereerd. Helaas kunnen de artsen de tumor niet helemaal verwijderen en blijkt genezing onmogelijk. Niet de boodschap waarop Marleen had gehoopt, maar wel de realiteit waarmee zij moet leren omgaan. Gelukkig is Marleen niet het type dat zich door een stelletje wildgroeiende cellen in de hoek laat drukken. Op de dag dat ze hoort dat ze een tumor in haar hoofd heeft, heeft ze ook haar eerste date met Mitchel. En die date verandert alles.
Oké, Marleen. Hoe kwam het dat je na zulk nieuws tóch op date ging?
“Tja, en dan te bedenken dat ik echt een bloedhekel aan daten heb en echt weleens afspraken om veel minder heb afgezegd. Als je dan hoort dat je een tumor in je hoofd hebt, is het ook niet per se het moment waarop je denkt: ‘Leuk, even een nieuwe man ontmoeten!’ Maar ergens dacht ik: ‘Wat heb ik te verliezen?’”
Mitchel moet dan wel heel bijzonder zijn. Vertel!
“Ik was net 29 en wilde niet m’n hele leven alleen blijven. Dus ik moest Tinder maar eens serieus nemen. Ik had met een vriendin afgesproken om minder kritisch te zijn en sneller af te spreken. Toen ik Mitchels profiel zag, twijfelde ik even – een paar topfoto’s, een paar minder – maar ik dacht: ‘Niet te streng zijn, Marleen!’ Dus ik swipete naar rechts. We bleken een match en hadden kort contact, maar ik wilde niet eindeloos chatten. Dat wekt alleen maar valse verwachtingen. Daarom stelde ik voor om al binnen een paar dagen af te spreken. Op goed geluk zeg maar.”
Even terug naar de dag van de date. Hoe zag die eruit?
“Die ochtend maakte ik een wandeling met een vriendin toen het ziekenhuis belde. Na jarenlange klachten van dubbelzien, hoofdpijn en tintelingen, hadden ze een scan gemaakt. De assistente zei: ‘We willen graag dat je langskomt.’ Dan weet je dat het foute boel is. Een paar uur later kreeg ik te horen dat ik een tumor ter grootte van een pingpongbal in mijn hoofd had. Dat is natuurlijk even slikken, maar ergens was het ook een opluchting. Eindelijk wist ik wat er aan de hand was. Mijn gedachte? De operatie wordt zwaar, maar daarna kan het alleen maar beter worden.”
En toen dacht je: laat ik vanavond eens gaan daten?
“Blijkbaar!”

‘Ik appte Mitchel: “Ik heb een tumor in mijn hoofd. Wil je nog op date?”
“Lijkt me gezellig,” antwoordde hij.’
Mitchel klinkt als een nuchtere gast.
“Dat is hij ook. Hij heeft zelf het nodige meegemaakt en snapt dat het leven soms gewoon doet wat het wil. Dus hij maakte zich niet te druk. Heerlijk. Maar eerlijk? Geen idee of ik in zijn schoenen hetzelfde had gedaan, want waar stap je dan eigenlijk in?”
En, waar stapte hij in?
“In een hoop onzekerheid. Ik moest allerlei scans ondergaan en uiteindelijk een operatie. Dit speelde zich allemaal af in coronatijd, wat het extra ingewikkeld maakte. Twee dagen voor mijn operatie testte ik positief, dus werd mijn operatie uitgesteld. Uiteindelijk werd ik pas vier maanden na de diagnose geopereerd. Dat was frustrerend, maar het gaf ons wel tijd om ‘normaal’ te daten.”
Écht normaal daten zat er toch niet in?
“We sloegen gewoon een paar stappen over. We hadden meteen serieuze gesprekken over de toekomst, over de dood, over wat we wilden. Hij ontmoette mijn moeder ook al vrij snel. Soms dacht ik: ‘Blijft hij uit medelijden?’ Dus ik zei hem vaak dat hij zich niet verplicht moest voelen. Maar zo voelde hij dat gelukkig niet.”
Na de operatie bleek dat je niet te genezen bent. Hoe ga je daarmee om?
“Tja, zet je je leven dan maar on hold en ga je zitten wachten op het einde? Dat klinkt toch niet als een goed plan? Bovendien is dat nu niet aan de orde. Ik wil leven, en dat leven zo normaal mogelijk houden. Dus Mitchel en ik besloten samen: we kiezen altijd voor het leven.”
Dat klinkt mooi, maar hoe doe je dat in de praktijk?
“Dat weet ik eigenlijk niet. Je kunt het tegen jezelf zeggen, maar het écht voelen is een ander verhaal. We zijn gewend om dingen uit te stellen: een reis, een nieuwe baan, ‘dat kan later ook nog’. Maar ik betrap mezelf erop dat ik dan denk: ‘Maar later ben ik misschien dood.’”
Ben je veel bezig met de dood?
“Niet echt, maar het gebrek aan toekomstperspectief vind ik wel moeilijk. Ik leef toch wel van scan naar scan. De gedachte aan kanker is nooit ver weg en ik sta niet meer onbevangen in het leven. Dat vind ik heel zwaar.”
Krijg je hier hulp bij?
“Ik heb psychologen bezocht, maar vond er nog niet echt mijn plek. Zat ik in een groep met zestigplussers. Leuk hoor, maar onze struggles zijn nét even anders. En zorgprofessionals weten ook vaak niet goed wat ze met mijn situatie aan moeten. Dus ja, de juiste hulp vinden blijft lastig.”
Toch klink je als iemand die positief in het leven staat.
“Wat voor mij het beste werkt, is een zo normaal mogelijk leven leiden. Ik ben weer aan het werk, voor de klas. Daar ben ik gewoon juf Marleen, geen ‘patiënt’. En Mitchel en ik hebben écht voor het leven gekozen: we zijn ouders geworden van ons zoontje Naud. Dat brengt natuurlijk nieuwe angsten en onzekerheden met zich mee, maar vooral heel veel geluk. Hij maakt alles lichter. En dat is precies wat ik nodig heb.”