Annet (39) kreeg op haar 34e de diagnose borstkanker en is inmiddels vier jaar kankervrij.
‘Van de euforie die ik in eerste instantie voelde na het traject was helemaal niets meer over. Ik zat voortdurend in de overlevingsmodus, maar had geen idee hoe ik daaruit moest komen.’

Burn-out en borstkanker, Annet kan het op haar 35e allebei afvinken, ook al stond dit niet op haar bucketlist. Na een lange reeks chemokuren en een dubbele borstamputatie werd ze na een half jaar kankervrij verklaard. Back to life, denk je dan. Maar niets bleek minder waar. Want die ‘afterparty’, zoals Annet het zelf noemt, verliep heel anders dan ze had gehoopt.
Laten we even beginnen bij het begin. Je kreeg op je 33e een burn-out. Hoe was dat?
“Kort gezegd: Vreselijk. Mijn hoofd was een groot slagveld en ik bleef maar in cirkeltjes dwalen. Ik kwam er echt niet uit. Maar met de juiste hulp en (uiteindelijk) simpele trucjes is dat toch gelukt. De lessen die ik toen geleerd heb, waren mijn grootste troef tijdens mijn hele kankerproces.”
Hoe werkt zoiets?
“Bij het woord kanker denkt iedereen aan kale koppen, onmenselijk ziek zijn en de dood. Ik ook. Ik ben in gedachten talloze keren op mijn eigen begrafenis verschenen en kon me simpelweg niet meer voorstellen dat ik ooit weer een normaal leven zou leiden. Maar ik heb geleerd om kritisch naar mijn gedachten te kijken en kwam er zo achter dat deze vaak helemaal niet waar zijn. Ik weet niet of ik dood zal gaan aan kanker, voor hetzelfde geld word ik gewoon tachtig. Ik maakte tijdens mijn behandeling dan ook bewust de keuze om die gedachte te volgen. En nee, die gedachte is ook niet waar, maar zorgt ervoor dat ik wel een veel leukere dag heb.”
Ben je dan nooit bang of verdrietig geweest na je diagnose?
“Natuurlijk wel. Maar ik heb geleerd om niet meer te vechten tegen al die emoties. Dat heeft toch geen zin; die emoties halen je altijd in en horen nu eenmaal bij het proces. En als ik die emoties toelaat, ben ik ze ook heel snel weer kwijt. Dat zorgt ervoor dat ik me de rest van de tijd gewoon fijn voel. De toekomst is tenslotte voor iedereen onzeker en eindig. Dat besef is ook een van de mooie ‘kankercadeautjes’ die ik heb gekregen.”
Kankercadeautjes?
“Dit hele traject stript je tot op de kern. Alle rollen die je hiervoor vervulde, vervallen. Op een gegeven moment was ik alleen nog maar patiënt en toen mijn behandeling erop zat, was ik zelfs dat niet meer. Dan blijft alleen je ware zelf over. Nu ik die ken, weet ik wat ik echt belangrijk vind in mijn leven, wie ik echt ben en wat ik kan. Dit traject zit boordevol nieuwe inzichten, liefde en veerkracht. Ik geloof dat iedere patiënt die cadeautjes kan krijgen, je moet alleen de ruimte in je hoofd hebben om ze te kunnen zien.”
Je noemt de periode na je behandeling zelf de afterparty. Wat voor feestje is dat?
“Eentje die ik heel graag had overgeslagen. Je hoort mensen vaak zeggen: ‘Na je behandeling begint het pas.’ Nu vind ik dat niet helemaal kloppen, want ik wil die chemokuren echt nooit meer overdoen. Maar inmiddels weet ik dat iedere fase zijn eigen uitdagingen heeft. Toen ik een half jaar na mijn diagnose kankervrij werd verklaard, voelde ik enorme levenshaast.

‘Iedere vezel in mijn lijf schreeuwde: I am alive! Ik wist alleen niet voor hoe lang en dus wilde ik mijn hele leven in een paar maanden proppen.’
Wat deed je allemaal dan?
“Ik wil voor mezelf beginnen, weer fit worden en op reis. Dus dat deed ik. Allemaal tegelijk. Mijn lief en ik kochten een camper en vertrokken anderhalf jaar na mijn laatste chemo, en een half jaar na mijn zware borstreconstructie, op reis door Europa. Het was fantastisch, maar ook slopend. Ik wilde eropuit, alles zien en meemaken. De dagen waren lang en vol. Ondertussen probeerde ik ook weer wat remote werkprojecten op te pakken.”
Hoe lang hield je dat vol?
“Na een paar weken brak het me op. Ik voelde me steeds slechter en ongelukkiger. Uiteindelijk kwam ik een half jaar later helemaal uitgeput thuis. Ik belandde in het ziekenhuis en zag het niet meer zitten.
Ondertussen slikte ik al ruim twee jaar antihormoontherapie, ook dat begon me helemaal op te breken. Door alle overgangsklachten sliep ik steeds slechter en dit had ook een grote impact op mijn mentale gezondheid. Ik was fysiek en mentaal volledig uitgeput en was behoorlijk teleurgesteld in mezelf en het leven na kanker. Van de euforie die ik in eerste instantie voelde na het traject was helemaal niets meer over. Ik zat voortdurend in de overlevingsmodus, maar had geen idee hoe ik daaruit moest komen.”
Van overleven naar leven: hoe doe je dat?
“Tja, dat is een hele goede vraag. Het juiste antwoord weet ik niet en zal ook voor iedereen anders zijn. Ik heb heel wat therapeuten bezocht en trajecten gevolgd. Langzaam leerde ik waar dat overlevingsmechanisme vandaan kwam en leerde ik fysiek en mentaal ontspannen. Dat was voor mij de ommekeer. Heel langzaam begon ik weer een beetje te leven.”
Wat is voor jou de grootste uitdaging in jouw leven na kanker?
“Mijn energieniveau. Ik balanceer voortdurend op het dunne koord tussen wat ik wil en wat ik kan. Ik wil graag op reis, maar heb daar niet genoeg energie voor. Ik wil werken, maar hoe doe je dat als je energie per dag en soms per uur enorm wisselt? Ik wil weer dansen in de kroeg, maar mijn conditie is nog steeds behoorlijk slecht. Ik had graag moeder willen worden, maar dat zit er niet meer in.”
Dat is toch een flink rijtje met tegenvallers, op zijn zachtst gezegd. Hoe ga je daarmee om?
“Ik vind het eigenlijk vreselijk om te zeggen, maar alle clichés zijn waar. Ik kijk naar wat ik wel heb: een fijn huis, leuke man, heerlijke familie en vrienden. De leukste neefjes en nichtjes. Bovendien ben ik weer vrolijk en blij. Ik heb nu een heel relaxed leven, ervaar nauwelijks stress en doe weinig dingen waar ik geen zin in heb. En dat maakt me over het algemeen behoorlijk gelukkig met het leven dat ik nu heb.”