Gwen (25) is topfit als zij de diagnose kanker krijgt. Maar van haar behandeling wordt ze doodziek.

“Ik dacht: als ik nu het loodje leg, is het prima.”

Gwen heeft haar hometown Groningen ingeruild voor Amsterdam, waar ze begint met haar master. Naast haar studie vind je haar niet zozeer in de kroeg, maar vooral in de sportschool of rennend door het park. Gwen is een fanatiek sporter en voelt zich topfit, tot die ene dag op haar werk.

Kun je je herinneren wanneer je voor het eerst klachten kreeg?
“Ja, ik was op mijn werk en werd ineens helemaal niet goed. Ik werd enorm benauwd en kreeg allerlei klachten die leken op een hartinfarct. Op de SEH hoorden ze een kleine afwijking bij mijn longen. Ik kreeg een pufje mee voor de benauwdheid en moest me melden als het erger werd.

Niet lang daarna ging ik samen met mijn vader 100 km mountainbiken. Dat ging goed, maar een paar dagen later werd ik opnieuw heel erg benauwd. Ik kon de trap niet eens meer op. In het ziekenhuis bleek dat mijn hartzakje ontstoken was. Ik kreeg medicatie, maar mijn klachten werden alleen maar erger.”

Wanneer viel voor het eerst het woord ‘kanker’?
“In het ziekenhuis was een longfoto gemaakt en die bleek niet goed. Ik zat in een meeting toen ik werd gebeld door de arts: ‘Het is waarschijnlijk kanker.’ Ik schrok me rot en heb in paniek de meeting weggeklikt. Na verdere onderzoeken bleek ik een tumor van 11 bij 9 centimeter te hebben, die tegen mijn aorta en slokdarm aanduwde. Het was een tikkende tijdbom. Ik moest de dag erna al beginnen met de chemokuren.”

Van student naar kankerpatiënt in een paar dagen tijd. Hoe is dat?
“Dat is heel ingewikkeld. Ik zat midden in mijn tentamens, maar die heb ik niet meer kunnen maken. Voor mijn behandeling besloot ik terug naar Groningen te gaan. Het voelde beter om bij mijn ouders te blijven dan in mijn eentje in Amsterdam. Mijn studie bleek niet te combineren met mijn ziektetraject en dus heb ik mijn studie stopgezet.

Op goede momenten ging ik soms een paar dagen terug naar Amsterdam. Daar kon ik weer even ‘Gwen’ zijn in plaats van ‘de kankerpatiënt’. Dat was een fijne afwisseling.”

Hoe heb je de behandelingen doorstaan?
“In het begin redelijk goed. Ik was wel heel erg moe, maar het was te doen. Tot de vijfde kuur. Toen ging het helemaal mis. Ik kreeg ontstoken tandvlees, ontstoken kiezen en aften door mijn hele mond. De pijn was zó erg dat ik niet meer kon eten. Ik werd zo verzwakt dat ik niet meer kon lopen en hele dagen in bed lag.”

Van topfit naar doodziek. Hoe voelt dat?
“Nu ik erop terugkijk, was het echt een blur. Mijn vriend was er iedere dag, maar ik weet er bijna niets meer van. Het enige wat ik me herinner zijn mijn gedachten: Als ik nu het loodje leg, vind ik het prima.

Wat doen die gedachten nu met je?
“Als ik daaraan terugdenk, krijg ik tranen in mijn ogen.”

"Ik vind het heel naar dat mijn vrienden en familie mij zo hebben moeten zien. Dat is gewoon traumatisch voor ons allemaal.”

“Het staat ook haaks op hoe ik me de rest van het traject voelde, want ik ben eigenlijk altijd positief geweest.”

Ben je nooit bang of verdrietig geweest?
“Eigenlijk niet. Ik ben nooit bang geweest om dood te gaan. Ik weet dat ik gewoon pech heb gehad — dit had ik niet kunnen voorkomen. Noem het naïef, maar zo voel ik dat. Ik heb er vrede mee en ben vooral blij dat ik leef.”

Kijk je nu anders naar je toekomst?
“Ja, maar vooral omdat ik er veel zin in heb! Mijn ambities zijn niet veranderd. Voor mijn diagnose had ik me opgegeven voor een dienjaar bij Defensie. Daar ben ik inmiddels mee gestart. Daarna wil ik mijn studie afronden en stages lopen. Alles zal wat langer duren door het hele ziektetraject, maar dat is oké.”

Hoe gaat het inmiddels fysiek met je?
“Eigenlijk heel goed. Ik knapte na mijn chemo redelijk snel weer op en kreeg goed nieuws: de ziekte is volledig in remissie. Tuurlijk ben ik nog wat sneller moe dan anders, maar mijn lijf wordt sterker en fitter. Ik loop weer hard en heb mezelf het doel gesteld om een jaar na mijn diagnose een halve trailmarathon te lopen.”

Dat hardlopen zit echt in je bloed hè?
“Absoluut. Tijdens mijn behandeling kwam ik op een goede dag niet verder dan een kort wandelingetje. Maar daarna kon ik vrij snel weer voor het eerst mijn hardloopschoenen aantrekken.

Samen met mijn huisgenootjes liep ik een rondje park van 4 kilometer. Voor mijn doen een korte afstand, en we liepen op kletstempo, maar dat maakte me niets uit — het besef dat ik dit weer kon was echt fantastisch.

Sindsdien ben ik weer lekker aan het lopen en momenteel ren ik zo’n 20 tot 30 kilometer per week. Bovendien heb ik mezelf een doel gesteld: ik loop in december 2025 een halve trailmarathon en haal daarbij geld op voor het AYA Fonds.”

Wauw, Gwen. Dat is fantastisch. Waarom vind jij het belangrijk om geld op te halen voor het AYA Fonds?
“Weinig mensen zijn bekend met het AYA Fonds en het AYA Zorgnetwerk, terwijl leeftijdsgerichte zorg zó belangrijk is als je op jongvolwassen leeftijd kanker krijgt. Door een goed doel aan mijn persoonlijke uitdaging te hangen, wordt het voor mijzelf nog leuker. En als ik daarbij ook nog eens de naamsbekendheid van AYA-zorg kan vergroten, is dat win-win.

Tot dusver krijg ik ook heel veel positieve reacties van mensen om mij heen, dus dan weet je dat het een goed doel is dat mensen aanspreekt.”

Steun Gwen tijdens haar race én draag bij aan betere zorg voor jongvolwassenen met kanker