Loraine (27) belandt na haar kankerbehandeling in een depressie.
“Ik had het toen niet erg gevonden als het foute boel was.”

Wat begint met een pijnlijke, opgezette buik, gewichtsverlies en vermoeidheid, eindigt in de diagnose uitgezaaide eierstokkanker. Een diagnose die moeilijk te bevatten is voor Loraine en haar omgeving. Want hoe kan iemand die zo sterk, fit en jong is, zo ontzettend ziek zijn? Voor Loraine is het de harde waarheid. Eentje waar ze mee moet leren leven. Maar dat is niet gemakkelijk.
Op welk moment besefte je dat je niet meer beter zou worden?
“Dat kwam pas de dag voor mijn kijkoperatie. Ik had net drie chemokuren achter de rug, maar die gaven weinig resultaat. Met een kijkoperatie wilde ze zien of de geplande operatie – waarin ze mijn eierstokken, baarmoeder, buikvlies en alle andere zichtbare tumoren zouden verwijderen – haalbaar zou zijn. Vlak daarvoor werd ik gebeld door mijn arts om te vragen hoe het met me ging en of ik het zag zitten. Ik gaf aan dat ik niet kon wachten om het achter de rug te hebben zodat ik weer terug kon naar mijn leven. Pas toen werd het me duidelijk dat dat niet meer kon, omdat ik niet meer beter zou worden.”
Hoe kwam het dat dat besef pas zo laat kwam?
“Dat was echt miscommunicatie. De arts heeft nooit in écht duidelijke bewoordingen verteld dat mijn behandeling niet gericht was op genezing, maar alleen op het verlengen van mijn leven. Hij heeft zijn later zijn excuses aangeboden en gaf toe dat hij de verkeerde woorden had gebruikt.
Na de uitslag van de operatie had ik een gesprek met hem en een andere gynaecoloog. Die was heel direct en duidelijk. Ze gaf precies aan wat de situatie was. Dat klinkt misschien hard, maar het is gewoon belangrijk dat het duidelijk wordt uitgesproken zodat er geen verwarring ontstaat.”
Wat deed die boodschap met je zo’n dag voor de operatie?
“Gek genoeg niet zoveel. Ik dacht alleen: “Hoe moet ik dit tegen mijn ouders, zus en vriend vertellen?” Zelf kon ik op dat moment niet zoveel met dit bericht en zat bovendien al volop in de overlevingsstand. Dus dit was iets wat er ‘gewoon bij kwam’.
Na mijn diagnose ging ik namelijk niet alleen een zware behandeling in, ik werd ook nog eens mijn huis uit gezet. Mijn vriend en ik woonden al een tijdje anti-kraak. We waren wel op zoek naar een koopwoning, maar dat was niet gemakkelijk. Na mijn diagnose besloten we dat los te laten, maar op de dag van mijn eerste chemo kwam het nieuws dat we een maand later ons huis uit moesten.”
Holy F! Hoe heb je dat gedaan?
“Om eerlijk te zijn: ik heb geen idee. Sinds de diagnose zit ik in de overlevingsmodus en dat is gewoon een leip mechanisme. Dit is gewoon wat een mens doet als het in levensgevaar is. Ik heb mezelf ook verbaasd dat ik hier allemaal zo goed mee om kon gaan, maar het was gewoon een kwestie van schouders eronder en door.
Ik ben gaan bellen met allerlei instanties en heb onze situatie uitgelegd. Mensen hadden wel begrip, maar konden uiteindelijk niets voor ons doen. Uiteindelijk heb ik een bericht geplaatst op social media en dat werd veel gedeeld. Het is ook heel mooi om te zien wat er dan gebeurt. Uiteindelijk is de vorige bewoner eerder het huis uitgegaan dan gepland, om ruimte te maken voor ons. Dat vind ik zo bijzonder.”
De grote operatie kon doorgaan zoals gepland. Daarna kon je voor het eerst naar je nieuwe huis. Voelde dat ook als een nieuw begin?
“Nee, ik wilde juist terug naar mijn oude leven. Na de operatie kreeg ik nog drie chemokuren. Maar daarna wilde ik gewoon zo snel mogelijk terug naar wie ik was. Ik begon een week na mijn laatste chemo weer met werken. Ik voelde de eerste dag al dat ik veel te veel van mezelf vroeg, maar daar wilde en kon ik niet aan toegeven. Ik heb het een jaar volgehouden, maar toen ben ik helemaal ingestort.”
Wat gebeurde er?
“Ik kwam in een zwart gat terecht. Door de behandelingen kwam ik in de overgang en ik slikte ook nog antihormoontherapie om de kankercellen te remmen. Ik was doodmoe en had weinig plezier meer in dingen. De situatie op werk was ook onhoudbaar. Mijn werkgever heeft me toen naar huis gestuurd met de opdracht: “Neem een week vrij en gebruik die tijd om te ervaren of dit is wat je wil.” Die ene week werden er al gauw meer. Uiteindelijk belandde ik depressief in mijn bed; soms kwam ik er dagen niet uit. Ik voelde niets meer. Er was zelfs een periode dat de ziekenhuiscontroles me niets meer deden. Ik had het toen niet erg gevonden als het foute boel was.”
Dat klinkt heel erg verdrietig.
“Ik heb in mijn leven vaker mentale problemen gehad. Ik wist dus wel wat er aan de hand was en wat ik eraan kon doen. Maar het was wel ontzettend zwaar.”

"Uiteindelijk heb ik besloten: ik blijf niet de rest van mijn leven in bed liggen."
“Dus ik ben me gaan focussen op structuur, gezond eten en ben weer gaan sporten. Ik ben fanatiek powerlifter en heb me weer ingeschreven voor een wedstrijd. Dat hielp, zo had ik iets om voor te leven. Inmiddels gaat het beter en ben ik heel blij dat ik toen niet heb opgegeven.”
Hoe ga je om met alle veranderingen in je leven sinds je diagnose?
“Dat is heel moeilijk, want ik mis mijn oude leven. Ik wil dat heel graag terug, ook al weet ik dat het niet meer kan. Ik kan niet meer fulltime werken, ik kan niet meer vijf keer per week trainen. Dat besef is heel erg moeilijk, maar ik moet het accepteren. Ik moet gewoon voor een goede 2.0-versie gaan.”
En hoe ziet die versie eruit?
“Iemand die sport, werkt, een sociaal leven heeft. Iemand die meedoet.
Daarin is werken voor mij een heel belangrijk onderdeel. Ik ben onlangs volledig afgekeurd en krijg een IVA-uitkering. Dat vind ik heel erg moeilijk. Ik wil gewoon niet diegene zijn die op een feestje moet vertellen dat ze een uitkeringtrekker is.”
Schaam je je daarvoor?
“Ik vind het moeilijk gewoon uit te leggen. Ik kan 180 kilo van de grond tillen, maar ik kan fysiek geen zwaar werk doen. Ik train voor de Nijmeegse Vierdaagse, maar kan niet fulltime werken. Dat klopt voor mijn gevoel niet en ik ben bang voor de vooroordelen.
Daarnaast betekent niet meer fulltime werken ook inkomensverlies: de uitkering betaalt niet mijn volledige salaris, en ziek zijn is duur. Dat zorgt ervoor dat ik niet meer financieel onafhankelijk ben en dat vind ik heel erg. Daar heb ik echt slapeloze nachten van gehad. Het voelt alsof ik dubbel gestraft word.”
Met alles wat er veranderd is — hoe kijk je nu naar de toekomst?
“Ik kijk geen vijf jaar vooruit en heb geen bucketlist. Maar ik plan wel leuke dingen en stel mezelf doelen: deze zomer loop ik de Nijmeegse Vierdaagse. Ik ben aanvoerder van het AYA Heldenteam – 4Daagse 2026 en wil zoveel mogelijk leden verzamelen om samen met mij geld op te halen voor het AYA Fonds.
Daarnaast wil ik héél graag met de camper naar Scandinavië. Ik zou wel willen trouwen en ga mijn arm vol zetten met allemaal kleine tattoos. Maar het belangrijkste is voor mij meer in het nu leven en mijn hart volgen. Want dat is echt iets wat ik de afgelopen jaren geleerd heb: als je twijfelt aan je relatie, je gezondheid of je baan, onderneem actie. Je leven kan in één keer omslaan en dan heb je spijt.”