Marloes (33) is 18 weken zwanger als ze de diagnose borstkanker krijgt.
‘Ik was vooral bang dat ik mijn kindje weg moest laten halen.’

Het blijft een bizar idee: dat er tegelijkertijd leven en dood in je lichaam kunnen groeien. Het overkomt Marloes. Ze is zwanger van haar tweede kindje als ze een pijnlijke plek in haar borst ontdekt. De dokter denkt eerst aan een abces, maar het blijkt een tumor van maar liefst 12 centimeter te zijn. Haar zwangerschap krijgt hierdoor een totaal andere wending.
Jeetje Marloes, ik weet niet wat ik moet geloven van die roze wolk tijdens een zwangerschap, maar in jouw geval was daar in ieder geval geen sprake meer van.
“Bij mijn oudste dochtertje Lieke en tijdens mijn tweede zwangerschap ging ik er eigenlijk fluitend doorheen. Af en toe was ik wat vermoeid, maar dat was het wel. Dus die roze wolk ervoer ik zeker. Tot de diagnose kwam. Twee dagen daarvoor hadden we bij de twintigwekenecho een heel gezond jongetje gezien, maar vanaf dat moment waren mijn man en ik doodsbang dat we ons zoontje niet konden houden.”
Gelukkig bleek dat niet zo te zijn.
“Vraag me niet hoe het kan, want chemo raakt alles in je lichaam, maar een ongeboren kindje merkt hier vaak weinig van. De placenta houdt veel tegen. Uiteraard werd de baby extra goed gecontroleerd, maar het is absoluut mogelijk om een gezond kindje te krijgen ondanks chemo.”
Is jouw behandeltraject nog aangepast op je zwangerschap?
“Ja, de volgorde van de chemokuren werd aangepast. Voor de kenners: veel mensen met borstkanker krijgen eerst vier AC-kuren en daarna twaalf paclitaxel-kuren. Bij mij werd dit omgedraaid.”

‘Op deze manier kon ik na de eerste twaalf chemokuren bevallen en daarna doorgaan met de laatste vier.’
Ik kan me niet voorstellen hoe intens dit allemaal voor je moet zijn. Hoe hou je dit vol?
“Ik vond het heel fijn dat ze in het ziekenhuis meteen doorpakten. Dat moest ook wel, want de tumor was enorm groot en behoorlijk agressief. Maar dat gaf me veel vertrouwen. Eigenlijk voelde ik me daardoor de hele zwangerschap goed en kon ik er ook echt van genieten.”
Het klinkt haast alsof je behandeld werd voor een griepje. Had het echt zo weinig impact op je?
“Nee, het was ontzettend heftig. Ik heb gewoon het geluk dat het fysiek allemaal behoorlijk meeviel. Vooral bij de eerste serie kuren voelde ik me amper ziek en ik zag er ook nooit ziek uit. Daardoor was het soms moeilijk te bevatten dat ik echt ziek ben. Maar natuurlijk had ik ook momenten van angst en dacht ik eraan dat ik mijn kindjes misschien niet zou zien opgroeien. Die gedachten gaven me soms een enorm benauwd gevoel.”
Na 37 zwangerschapsweken werd je moeder van Mees. Hoe gaat het met hem?
“Mees is een supergezonde en tevreden baby. Hij neemt deel aan een wetenschappelijke studie naar de langetermijneffecten voor kinderen die tijdens de zwangerschap aan chemo zijn blootgesteld. Daar is nu nog maar weinig over bekend, maar tot dusver zijn er geen aanwijzingen dat Mees hierdoor schade heeft opgelopen.”
Moeder worden brengt natuurlijk altijd nieuwe gevoelens, gedachten en angsten met zich mee. Hoe is dat voor jou?
“Eigenlijk zijn na de geboorte van Mees mijn angsten naar de achtergrond verdwenen. Omdat we vlak na de diagnose niet konden geloven dat Mees geboren kon worden, voelt het als een enorm cadeau dat hij er nu is. Daar kan ik echt onwijs van genieten. Natuurlijk vind ik het eng om vooruit te kijken en besef ik dat de toekomst onzeker is. Maar ik probeer veel in het moment te leven. Op dit moment voel ik me goed en ben ik positief. Zolang ik me goed voel, ga ik niet in de slachtofferrol zitten. Dat is niets voor mij, daar ben ik te nuchter voor. Dat zullen mijn Drentse roots wel zijn. Maar ik realiseer me heel goed dat de klap nog gaat komen.”
Wanneer voel je de impact van de hele situatie dan wel?
“Na de geboorte van Mees zaten we twee weken in een heerlijke babybubbel. Ik herstelde snel van mijn keizersnede en we genoten echt van het leven met z’n viertjes. Maar toen ik na twee weken weer naar het ziekenhuis moest voor de eerste onderzoeken en de tweede ronde chemotherapie, was dat heel confronterend.
Gelukkig mocht ik Mees meenemen, maar daar lag ik dan: cold cap op, infuus in mijn arm en een baby van tweeënhalve week oud in mijn armen. Op dat moment besefte ik pas echt in wat voor absurde situatie we waren beland. Als ik nu terugkijk naar foto’s waarop ik zwanger ben, voel ik de impact veel meer dan toen. Op dat moment heb je ook niet veel keuze: je moet gewoon door.”
Je deelt veel online over jouw traject. Waarom doe je dat?
“Zo’n diagnose is natuurlijk het gesprek van de dag met iedereen om je heen. Iedereen wil weten hoe het met je gaat, maar het is echt een dagtaak om mensen op de hoogte te houden. Om het mezelf makkelijker te maken, besloot ik alles online te delen. Zo is iedereen met een druk op de knop op de hoogte. Daarnaast is het een goede manier om met andere AYA’s in contact te komen.”
Had je daar behoefte aan?
“Ja, enorm. Zo’n ziekte is een enorme struggle en ik was heel benieuwd hoe andere vrouwen in een soortgelijke situatie daarmee omgaan. Via social media heb ik veel leuke en positieve contacten opgedaan. Dat is echt fantastisch. Gelukkig kan ik er met mijn vrienden en familie goed over praten, maar dat is toch anders dan met lotgenoten. Dat contact zorgt voor zoveel (h)erkenning en verbinding, dat is mooi om te ervaren. Ik vind het dan ook geweldig dat het AYA-fonds zich online inzet om een community te bouwen voor AYA’s en hun naasten. En weet je, het is eigenlijk een hele gezellige club om bij te horen.”